Culturele diversiteit als ‘besmet thema’ in de Nederlandse cultuurwereld

Door Werner de Gruijter

Tijdschrift: Boekman Cahier (69), 2006

‘Het schijnt inderdaad dat we geen andere maatstaf voor waarheid en rede bezitten dan het voorbeeld en de opvattingen en gebruiken van het land van herkomst. Daar is altijd de volmaakte religie, de volmaakte staatsorde, het volmaakte en volledige gebruik van alle dingen.’ Deze vier eeuwen oude woorden van de Franse filosoof Michel de Montaigne lijken nog altijd onverkort van toepassing op de Nederlandse cultuursector.

Anno 2006 maakt het relaas van zes Nederlandse cultuurmakers van allochtone afkomst duidelijk dat de verzuchting van de grote Fransman weinig aan geldigheid heeft ingeboet. Wie afwijkt van de gangbare maatstaf voor `waarheid en rede` ervaart de weerstand van de culturele meerderheid tegen bijstelling van de eigen normen van nabij. Normen voor schoonheid, betekenis en kwaliteit zijn bij uitstek cultureel en historisch bepaald, en weerspiegelen de opvattingen van de culturele meerderheid. De belangrijkste Nederlandse theaterprijzen bij voorbeeld, de Louis D’or of de Theo D’or, gingen de afgelopen vijftig jaar nimmer naar een Nederlander van allochtone afkomst. Ramsey Nasr werd stadsdichter van Antwerpen, niet van Amsterdam. Filmregisseur Hany Abu Assad won met Paradise Now een Gouden Beeren en twee Oscars, maar is in Nederland nauwelijks bekend en kwam tijdens het Nederlands Filmfestival 2005 niet eens in aanmerking voor een nominatie.

Wat je ook van de Nederlandse theaterwereld kunt zeggen, kosmopolitisme is daarvan niet het voornaamste kenmerk. Zes kunstenaars met een dubbele culturele achtergrond laten daar geen misverstand over bestaan. Vier van hen wonnen de Cosmic Award, in 1997 ingesteld om de aandacht te vestigen op allochtoon theatertalent in Nederland. Hoe denken zij over de positie van de allochtone kunstenaar in Nederland? Allemaal bevestigen zij het belang van hun culturele achtergrond als inspiratiebron en onvervreemdbare motivatie. En allen bevestigen dat het in Nederland nauwelijks mogelijk is het `glazen plafond` voor allochtone cultuurmakers te doorbreken. `Door de discussie over `knuffelnegers` die steeds op gang komt, is het thema van culturele diversiteit besmet geraakt`.

Een kans geven

Na zijn toneelschool was de Surinaamse acteur Kenneth Herdigein vijf jaar verbonden aan het werktheater. Sindsdien speelde hij in vele rollen in theater, televisieseries en speelfilms. Voor zijn verdiensten als acteur ontving hij onlangs de Cosmic Award 2006.

‘Ik werd pas geïnspireerd om acteur te worden toen ik ontdekte dat ik daar goed in was. En dat ontdekte ik op de middelbare school tijdens een toneelspel. Dit verging mij gemakkelijk en dat terwijl de mensen het geweldig vonden. Het zette mij aan het denken.’

‘Mijn achtergrond heeft mij erg beïnvloed. Heel erg zelfs. Het heeft mij beïnvloed in hoe ik spreek, hoe ik denk en het heeft mijn zwakheden bepaald. Je hebt volgens mij echte Surinaamse tekortkomingen. Als mensen zeggen dat Surinamers altijd te laat komen, dan is dat een cliché. Maar tegelijkertijd heerst er weldegelijk een mentaliteit dat je als Surinamer geen haast moet hebben. De staat waarin Suriname verkeert, is in wezen de staat waarin de Surinamer verkeert.’

‘Het afgelopen jaar ontving ik de Cosmic Award. Een prijs die ik kreeg omdat ik als acteur een positieve bijdrage heb geleverd aan de etnisch gemengde cultuur. Dat zo’n prijs bestaat, vind ik belangrijk. Het is een manier om de maatschappij te laten zien dat er ook gekleurde acteurs zijn die hun best doen. Waar het omgaat, is te laten zien dat de poging die een amateur sporter doet om over 1.05 meter te springen, net zoveel waard is als de poging die een topsporter doet om over 2.20 meter te springen.’

‘Als in het bankwezen of de makelaardij sector discriminatie voorkomt, dan komt dat ook voor in de cultuursector. Al jaren vind ik dat diversiteitsbeleid in de theaterwereld moet worden ingevoerd. Maar het is vechten tegen de bierkaai. Bovendien, waar moet je beginnen? Is dat bij de regisseur die de witte acteur aanneemt, terwijl die in de auditie duidelijk slechter was dan zijn donkere tegenhanger? Of is dat bij de donkere acteur die zich tegen mij afzet, omdat hij vindt dat ik die neger ben geworden die zij altijd van stal halen? Ik denk dat discriminatie allang daarvoor begonnen is. Daarom denk ik dat het over zestig jaar nog steeds hetzelfde zal zijn.’

‘Om een gekleurde man in de top van de cultuurwereld te laten doordringen, vind ik dat een gekleurde man helemaal niet zo goed hoeft te zijn als de driehonderd witte mannen die je doorgaans voor zo’n topfunctie kunt krijgen. Je moet die donkere man gewoon een kans geven. Klaar. Net als bij vrouwen. Maar dat gebeurt niet. Want dan komt er over de hoofden van allochtonen heen een witte discussie op gang over het nut van knuffelnegers. Met als gevolg dat dit thema besmet achterblijft.’ 

Old boys network

De Antilliaanse actrice Paulette Smit is al jaren actief in de multiculturele theaterwereld. Zo initieerde ze samen met John Leerdam het Hollandse Nieuwe Festival. En verzorgt ze samen met Maarten van Hinte, Majorie Boston en Katja Hieminga de artistieke leiding van de nieuwe theatergroep die ontstaan is uit de fusie tussen het Cosmic theater en Made in da Shade. Ook zij ontving voor haar verdiensten voor de multiculturele samenleving  de Cosmic Award.  

‘Ik heb altijd in het cultureel diverse theater geopereerd, omdat ik me daar het meeste bij thuis voel. Mijn dubbele achtergrond heeft mij als actrice dan ook zeker geïnspireerd. Mijn vader is Nederlands en mijn moeder is Antilliaans. In eerste instantie groeide ik op op Curaçao. Toen ik twaalf was, vertrokken we naar Nederland. Dat was een behoorlijke cultuurshock. Ik had een zwaar accent toen ik hier aankwam, maar door mijn blanke huid zie ik er niet uit als een Antilliaan. Veel Nederlanders hadden daarom zo iets van: “Wat doe jij raar!” Er was niet echt een groep waar ik bij hoorde op de middelbare school. Eigenlijk is dat vandaag de dag nog het geval. Ik val precies tussen twee groepen in, want zowel zwarte Antillianen als Nederlanders herkennen zich niet in mij.’

‘In de Nederlandse theaterwereld draait het niet direct om huidskleur, maar indirect. Het gaat er veel meer om of in het netwerk past. Het is een soort old boys netwerk. Bepaalde kliekjes zijn in de theaterwereld erg belangrijk en het is moeilijk om daar tussen te komen. Toen Rick van der Ploeg destijds pleitte voor meer jongeren en allochtonen in het theater, brak de pleuris uit. Toen merkte je opeens hoe de gevestigde orde over ons dacht. Multicultureel theater werd gezien als een soort welzijnswerk en men kon zich dan ook niet voorstellen dat dit ten koste van ‘hun’ geld zou gaan. Je hoorde in die tijd veel dingen die je eigenlijk niet wilde horen.’

189545_10150119846494774_1368233_n

Raymi Sambo
bron: www.raymisambo.nl

‘Ik denk dan ook dat diversiteitsbeleid in de theatersector moet worden ingevoerd zodat mensen meer begrip krijgen voor elkaar. Dit beleid zou eigenlijk al vorm moeten krijgen in het onderwijs. Daar begint het allemaal. Als mensen bijvoorbeeld meer van de koloniale geschiedenis van Nederland weten, maar ook meer van de Turkse of Marokkaanse geschiedenis, dan wordt het makkelijker om onderling begrip te kweken. In een veranderende samenleving is dat waar je moet beginnen.’

‘Het kweken van onderling begrip is in feite ook wat we bij het Cosmic theater doen. Want of het nou voorstellingen zijn of het uitreiken van Cosmic Awards, waar het omgaat, is dat inzichtelijk wordt gemaakt dat etniciteit geen rol van betekenis speelt.’

Geen draagvlak

De Nederlandse Molukker Rocky Tuhuteru is een bekende televisie- en radiopresentator. Hij leidt daarnaast het bedrijf Tuhuteru en partners, dat onder andere adviezen geeft over diversiteitsbeleid aan bedrijven als Shell en TPG Post. Voor zijn verdiensten voor de multiculturele samenleving ontving hij de Cosmic Award.

‘Mijn culturele achtergrond heeft een belangrijke invloed op de wijze waarop ik mij beweeg in deze samenleving. Ik maak deel uit van een gemeenschap met een migratiegeschiedenis. Vraagstukken als integratie, je kunnen aanpassen, of je kunnen inleven, zitten mij in mijn genen. Ik weet niet anders dan dat ik daar mee bezig ben geweest. Van jongs af aan. Je komt het ook overal tegen, zowel in je persoonlijke relaties als in het professionele leven. Ik denk daarom dat ik hetzelfde bewustzijn zou hebben gehad als ik ander werk zou hebben uitgevoerd.’ 

‘Het opbouwen van een bestaan in Nederland vraagt bepaalde vaardigheden, kennis en attituden om je in verschillende werelden tegelijkertijd te kunnen handhaven. Ik heb het over de vaardigheden die je niet leert op school, maar die je door schade en schande in je leven eigen maakt. Mijn vader werkte bij Unilever, een compleet witte wereld. Thuis was het een compleet zwarte wereld. Nou ga er maar aanstaan. Je leeft dus in een spagaat. Je moet continu pendelen tussen de witte en de zwarte wereld en daar moet je wel vaardigheden voor hebben. Als je die hebt is het soepel manoeuvreren tussen twee werelden en dat is een verrijking voor je leven.’ 

‘Op het moment dat je als minderheid leeft in een dominante omgeving, heb je te maken met meerdere loyaliteiten. Je wordt namelijk altijd beoordeeld en iedereen kijkt daarbij door zijn eigen selectieve bril. In de Molukse gemeenschap werden wij destijds beschimpt met mata rumah oranje, dat het huis van Oranje betekent. Waarom? Omdat wij thuis niet alleen Maleis spraken maar ook Nederlands. Door Nederlanders werd eveneens een beroep op mij gedaan. Ze zeiden: ‘Ja maar Rocky, jij bent toch geen Molukker. Je praat zonder accent.’ Het is lastig als die twee werelden tegelijkertijd een beroep op je loyaliteit doen.’

‘In Nederland is onvoldoende draagvlak om diversiteitsbeleid bij wet in te voeren. In Americka speelt diversiteit in het zakenleven een belangrijke rol. Bij grote bedrijven als General Moters of Coca Cola, is diversiteit een belangrijke afweging in het verstrekken van een opdracht. Diversiteit is daardoor een zakelijk belang geworden. Ik zie dat in Nederland niet snel gebeuren, en zeker niet met de geest die op dit moment rondwaard. Ik vind echter wel dat de overheid een voorbeeldfunctie moet vervullen. Als voor een overheidsopdracht een pitch of tender wordt uitgeschreven dan zou de manier waarop bedrijven met diversiteit omspringen een belangrijke rol moeten spelen in de beslissing.’ 

Een ongewisse toekomst

Dertien jaar geleden richtte Maarten van Hinte, samen met Majorie Boston en Lucien Kembel de Theatergroep Made in da Shade op. Daarnaast is de artistieke leider van dit gezelschap een fervente hiphopper en zanger van de rapgroep NuClarity.

‘Mijn culturele achtergrond is de oorsprong van mijn carrière. Ik ben om te beginnen niet in Nederland opgevoed, maar in Amerika, Zuid-Afrika, Frankrijk en Canada. Ik heb een Surinaamse moeder en een Nederlandse vader. Op mijn 17e kwam ik naar Nederland voor mijn eindexamen en studie biologie.’

‘Ik heb altijd een passie voor muziek gehad en toen hiphop zich begin negentiger jaren in Nederland begon te ontwikkelen, was ik erbij. In die tijd rolde ik min of meer toevallig in het theatercircuit. Theater is een prachtig medium, maar het publiek wat ik daar zag, was niet hetzelfde als het publiek dat ik kende van de hiphop scene. Er was totaal geen contact tussen die twee werelden. Ik vond dat er een bruggeslagen moest worden. In 1992 richtte ik met Majorie Boston en Lucien Kembel theatergroep Made da Shade op vanuit de gedachte om die twee werelden met elkaar te verenigen.’

‘Ik heb er geen probleem mee als je als kunstenaar theater maakt voor de 40 plus blanke Amsterdamse grachtengordel. Maar denk dan niet dat je daarmee de hele samenleving spiegelt. Wie dat denkt maakt een grote denkfout. Door de straatcultuur van het theater uit te sluiten, ondermijn je uiteindelijk de toekomst van het theater als kunstvorm. Waar het bij kunst en cultuur omdraait, is communicatie. Het zijn emoties en ideeën die je als kunstenaar overbrengt op een publiek. Dit zal altijd blijven bestaan, maar is qua vorm aan verandering onderhevig. Ik chargeer, maar dat is om mijn punt te maken. Mensen die nu de theaterschool in gaan, zijn vooral mensen die status willen hebben. De mensen die echt iets willen zeggen, die kiezen bijna nooit voor een klassieke vorm als theater. Die zoeken hun eigen weg om hun boodschap te verkondigen. Ze worden rapper, graficus of maken dance muziek. De cultuur zal altijd blijven bestaan. Maar een uitingsvorm als klassiek theater, dat zich niet aan de veranderende omstandigheden aanpast, sterft uit.’

‘Mensen die diversiteit negeren voeren een achterhoede gevecht. Een rat in een hoek gaat veel harder vechten dan een rat die ruimte heeft. Ik denk dat het nog veel harder gaat worden. De vraag of diversiteitsbeleid moet worden ingevoerd is niet relevant. Nederland wordt in de toekomst cultureel diverser. Punt. Wat je als oude garde mag hopen is dat je wordt meegenomen in de vaart der volkeren en niet dat je wordt afgevoerd. Het is daarom belangrijk dat de kunstwereld de dialoog met de samenleving aangaat. Ik denk dat veel beleidsmakers zich bewust zijn van deze noodzaak. In het onderwijs vangen ze signalen op dat scholen hun kinderen niet meer meenemen naar theater, omdat hun leerlingen niets hiermee ophebben. Beleidsmakers mogen dan de druk voelen vanuit het onderwijs, veel theatermakers voelen zich zo veilig dat ze totaal geen besef hebben dat deze druk bestaat. De theaterwereld beschouwt diversiteitsmaatregelen als het omlaag brengen van de kwaliteit, als een aanval op de artisticiteit, en als politiek correcte dictatuur. Het is een compleet andere manier van kijken.’

Typecasting

De Turkse achtergrond van Funda Müjde speelde een belangrijke rol in haar carrière. Ze ontwikkelde zich van actrice uiteindelijk tot maatschappelijk betrokken cabaretière. Ook ontving ze de Cosmic Award voor haar verdiensten voor de multiculturele samenleving.

‘Mijn boosheid is de grootste inspiratie bron waarom ik cabaretière ben geworden. Ik speelde in twee bekroonde speelfilms en ik ontving goede recensies. Wijlen Gerard Thoolen zag bijvoorbeeld mijn laatste film ‘Julia’s geheim’ en vertelde mij daarna dat ik zijn geloof in de Nederlandse filmindustrie had hersteld. Maar resulteerde de lofuitingen in topaanbiedingen? Nee. Als Turkse actrice ontbrak in Nederland de plek om die dingen te doen die ik leuk vond. Ik had last van typecasting en ik kreeg daardoor niet de kans mij te ontwikkelen. Na de tv-serie Vrouwenvleugel was ik het zat om getypecast te worden. Ik ging mij op andere zaken richten, en probeerde mijn woede om te zetten in comedy. Zo belandde ik in het cabaret.’ 

‘Discriminatie is een gevoelig onderwerp. Als er sprake van is, dan wordt dit nooit recht in je gezicht gezegd. Zo ontstaat ruimte voor speculatie. Ik heb wel eens meegemaakt dat een artiest werd afgewezen, omdat hij gewoon niet goed genoeg was. Maar diezelfde artiest beweerde afgewezen te zijn op zijn huidskleur. Wie het weet mag het zeggen.

Ik kreeg een kans om mij te bewijzen omdat men indertijd bewust met verkleuring bezig was en er weinig allochtone actrices waren. Zonder die positieve aandacht, kom je er moeilijk tussen. Nog steeds is het vanzelfsprekend dat in een Nederlandse productie, waarin de multicultuur niet centraal staat, een blanke acteur de hoofdrol speelt. Waarom?’ 

hqdefault

Rick van de Ploeg
Bron: www.youtube.com

‘Ik vind dat de overheid de plicht heeft om mensen die minder kansen hebben te helpen. Maar als een allochtoon als John Leerdam (red. Tweede Kamerlid PvdA) deze boodschap roept, dan heeft dat geen effect. Maar als iemand als Rick van de Ploeg, als staatsecretaris van cultuur een pleidooi voor minderhedenbeleid houdt, dan is de wereld te klein.

Als diversiteitsbeleid zou worden ingevoerd moeten autochtone Nederlanders zich natuurlijk niet achtergesteld gaan voelen. De overheid is er immers niet voor om groepen tegen elkaar uit te spelen. Het is daarom veel beter om de pijlen niet op etnische afkomst te richten maar op sociale klasse, dat voorkomt stigmatisering.’

‘Ik vind dat het culturele klimaat is verhard. Het lijkt in eerste instantie allemaal wat opener te zijn geworden. Er is meer verkleuring in tv-series als Onder Weg Naar Morgen en er wordt minder getypecast. Maar toch is het klimaat verhard. Het is niet meer van leven en laten leven, maar allochtonen moeten assimileren. Ik begrijp dat achterliggende gevoel wel: waarom moet ik altijd de ander begrijpen, ik wil zelf ook begrepen worden. Maar hoe harder je eist, hoe meer je verhardt.’

Knuffelneger

De Antilliaanse acteur Raymi Sambo stond na de toneelschool snel op de planken en had gastrollen in series als Bureau Kruislaan en Baantjer. Ook speelde hij in succesvolle films als All Stars en Zoop in India.

‘Mijn grote inspiratiebron om acteur te worden was Kenneth Herdigein, de Surinaamse acteur die een arts speelde in de tv-serie Zeg eens Aaa. Van jongs af aan vond ik acteren spannend. Maar met mijn etnische achtergrond hield ik mij toen niet bezig. Zelfs niet toen ik bij het multiculturele Cosmic theater kwam. Veel donkere acteurs die naar de toneelschool gaan, willen hun eigen achtergrond verloochenen. Ze willen zogezegd praten en spelen als de blanke man. Maar als je je fundering los laat, weet je niet meer wie je bent. En je staat dan eigenlijk heel zwak. Pas toen ik Rufus Collins leerde kennen, van theatergroep De Nieuw Amsterdam, begon ik mij te verdiepen in mijn culturele bagage. Ik ben hem dan ook dankbaar dat hij mij bewust maakte dat ik mijn culturele achtergrond niet moest verloochenen. Ik begon hierover boeken te lezen en films als Malcolm X te kijken. Toen ik ongeveer 21 jaar oud was, was ik een soort zwarte panter geworden. Ik zie mijn achtergrond nu als een rijkdom, het is een extra bagage waaruit ik kan putten.’

‘Mijn geluk is geweest, dat ik de theaterwereld betrad in de tijd dat Rick van der Ploeg staatssecretaris van cultuur werd. Witte gezelschappen moesten donkere mensen in dienst nemen om niet gekort te worden op hun begroting. Plotseling werd ik van alle kanten gebeld voor werk. Het doel van al die blanke gezelschappen was simpelweg het inlijven van een neger om de centen veilig te stellen. Dat was hún doel. Mijn doel was dat ik zo goed speelde, dat ik als het ware mijn huidskleur oversteeg. Als ik opkom dan denken mensen: Hé een neger. Maar vanaf het moment dat ik datgene doe waarin ik goed ben, dan zie je al snel geen huidskleur meer, maar dan zie je een mens. Dus huur mij maar in als neger, dan zal ik je laten zien dat er meer in Raymi Sambo zit dan jou bekrompenheid.’

‘Diversiteitsbeleid? Daar ben ik voor omdat we in een ontzettend bekrompen land leven als het gaat om diversiteit. Het enige wat ik erover wil zeggen is dat mensen niet geloven in goede donkere acteurs. Nog altijd geldt, dat wat de boer niet kent, eet hij niet. Als je naar het integratiedebat kijkt, zie je dat veel mensen niet tegen kunnen dat Nederland verkleurt. In plaats van dat deze mensen inzien dat deze verkleuring een verrijking is voor de cultuur, zijn ze bang om datgene kwijt te raken wat ze hebben. Zo blijft de jury van de Louis D’or en de Theo D’or prijzen heel erg hangen in het veilige wereldje dat ze kennen. Ze kijken niet naar een Cosmic theater, De Nieuwe Amsterdam, of een Made in Da Shade, want dat is allemaal allochtonentheater. Het lijkt alsof de juryleden dit rare kunst vinden. Iets dat ze kennelijk niet willen kennen of beoordelen. Dat terwijl zoiets als het Cosmic theater niet meer weg te denken uit Nederland. Het is allang een onderdeel van de kunstwereld geworden. Het is tijd voor een nieuwe Rick van der Ploeg!’

Diversiteitsbeleid is omstreden

Etniciteit beïnvloedt  onmiskenbaar keuzes en carrières. De zes ervaringsdeskundigen gaven stuk voor stuk aan ervaring te hebben met uitsluitingsmechanismen. Dit is in feite een maatschappelijk probleem dat de cultuurwereld overstijgt. Volgens Fünda Mujde is het zogenaamde glazen plafond voor vrouwen ook van toepassing op mensen met een etnische achtergrond. Het aantal migranten dat door weet te dringen tot de top van de cultuursector is op een hand te tellen. Over de noodzaak van diversiteitsbeleid  verschillen autochtone kunstinstellingen echter fundamenteel van mening met allochtone kunstenaars. Diversiteitsbeleid is in Nederland omstreden. Velen hebben moeite met het kwaliteitscriterium – dat kort gezegd hierop neerkomt: `de beste krijgt de job, tenzij we een neger nodig hebben`.

Wil de kunst- en cultuursector zijn maatschappelijke functie vervullen, dan dient de samenleving zich te herkennen in de culturele producties. Wie vandaag de dag ergens in Nederland een museum of theater bezoekt dan wel een serie bekijkt, ontdekt dat migranten ofwel opvallen door afwezigheid ofwel in stereotype rollen en posities worden afgebeeld. De scheve representatie van de multiculturele samenleving in de kunst- en cultuurwereld geeft het antwoord op de vraag of het noodzakelijk is dat diversiteitsbeleid wordt gevoerd. Wat onverlet laat, dat het laatste woord aan de cultuurmaker zelf is. Want die is uiteindelijk degene die kan laten zien of hij of zij in staat is om uit te stijgen boven de rol die hem of haar in eerste instantie vrijwrel automatisch wordt toebedeeld, de rol van knuffelneger of –negerin. 

Bron:  Gruyter, Werner, de (2006). Knuffelnegers en witte mannen. Culturele diversiteit als ‘besmet thema’. Boekman Cahier 2006 (69), 30-36.